Firas AlSalloum en Christeen AlSageer richten zich op de toekomst. Ze willen graag zo gauw mogelijk weer aan het werk, maar dat gaat nog niet zomaar. Firas is tandarts en Christeen basisschoollerares. foto: Ludmilla Coornstra
Firas AlSalloum en Christeen AlSageer richten zich op de toekomst. Ze willen graag zo gauw mogelijk weer aan het werk, maar dat gaat nog niet zomaar. Firas is tandarts en Christeen basisschoollerares. foto: Ludmilla Coornstra

Serie VluchtelingenVerhalen deel 10

8 februari 2017 om 12:53 Lokaal

door Ludmilla Coornstra

‘T HARDE - Firas AlSalloum en Christeen AlSageer wonen met hun zoontje Mark op ‘t Harde. Ze zijn gevlucht uit het dorp Maharda, Syrië. “Maar Maharda werd gebombardeerd,” vertelt Firas. “Door de situatie daar kon ik niet meer werken. Ik ben toen vooruit gereisd met de auto, boot en vrachtwagen. Zelf ben ik nu twee jaar in Nederland, Christeen anderhalf jaar.”

Ze hebben wel contact met hun families in Syrië. “Maar niet zo vaak als we zouden willen, want daar is lang niet altijd elektriciteit,” zegt Christeen. “De situatie is nog steeds erg slecht, we spreken ze hooguit twee keer per week.”

Firas en Christeen richten zich op de toekomst. Ze willen graag zo gauw mogelijk weer aan het werk. Maar dat gaat nog niet zomaar. Firas is tandarts en Christeen basisschoollerares, maar hun bachelors zijn niet-Europees en worden dus niet erkend. Firas: “En we moeten eerst op hoog niveau Nederlands spreken om te mogen studeren. Het niveau van de inburgeringscursus is A, het niveau dat wij nodig hebben is B2. De opleiding die we daarna moeten volgen om aan het werk te mogen, duurt ook weer één of twee jaar. Ik loop nu alvast stage bij een tandartsenpraktijk in Elburg. Ik zou straks graag weer werken in mijn oude beroep.”

Ook voor Christeen is het niet makkelijk om weer werk te krijgen: “Ik wil graag weer als basisschoollerares aan de slag. Maar ik sta op de wachtlijst van het Universitair Asiel Fonds en het kan nog wel maanden duren voordat ik een intakegesprek krijg. Het duurt dus helaas nog erg lang voordat ik echt weer voor de klas kan.”

Twee dagen in de week loopt Firas stage en drie dagen per week gaat hij samen met Christeen naar school in Harderwijk. Christeen: “Alleen loop ik door de zwangerschap en de bevalling een paar maanden achter.”
Ook gaan ze wekelijks naar de protestantse kerk in ‘t Harde, want ze zijn christelijk. “Heel soms gaan we naar een Syrisch-Orthodoxe dienst in Amersfoort. We houden natuurlijk van alle mensen, maar soms is het toch ook prettig om naar de kerk te gaan en daar met mensen van hetzelfde geloof te praten.”
Tijdens het hele gesprek kijkt de kleine Mark (acht maanden) geïntrigeerd om zich heen en slaakt af en toe een paar opgetogen kreten. “Hij wil ook meepraten,” lacht Christeen. Ze willen Mark tweetalig opvoeden, vertellen ze. “Want hij moet ook met zijn familie in Syrië kunnen praten,” legt Firas uit. “Maar hier in Nederland wordt zijn eerste taal natuurlijk gewoon Nederlands.” Firas AlSalloum en Christeen AlSageer willen hun zoontje Mark tweetalig opvoeden.

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie