
Serie VluchtelingenVerhalen deel 8
11 januari 2017 om 11:33 LokaalELBURG - Kunstenaar Fadel Jawad komt uit Irak. Hij studeerde in 1986 af aan de kunstacademie van Bagdad en is al sinds september 1997 in Nederland. Twee maanden na aankomst begon hij al met vrijwilligerswerk in het azc. “Ik ging vanuit mezelf kinderen tekenles geven. Al gauw werd mij gevraagd of ik dat vaker wilde doen. Ik kreeg een eigen lokaal tot mijn beschikking.” Dagelijks gaf hij les aan zo’n zestig kinderen tot zeventien jaar.
“Zodra ik merkte dat kinderen met elkaar gingen discussiëren over bijvoorbeeld godsdienstverschillen, heb ik een aantal regels opgesteld over respect en woordgebruik. En daar hielden de kinderen zich ook perfect aan. Toen we eens met een groep kinderen in Amersfoort op kamp gingen, kwamen er daar jeugdleiders naar me toe en complimenteerden me, omdat de kinderen zich zo netjes gedroegen.”
Zelf is Fadel islamitisch opgevoed. “Maar toen ik klein was, hadden we christelijke buren met wie we goed bevriend waren. Samen vierden we elkaars religieuze feesten. Mijn vader was een vreedzame en sociaal bewogen man, van hem heb ik veel geleerd. Dat wilde ik ook aan deze kinderen doorgeven.” Fadel zou graag een voorbeeld zijn voor andere vluchtelingen. “Ik ben goed ingeburgerd. Als je hier komt, ben je niet klaar met een verblijfsstatus en een huis. Je moet je ook maatschappelijk betrokken tonen voordat je je echt een burger mag noemen, vind ik. Toen ik nog klein was, zag ik vaak een man door onze wijk lopen. Als hij afval op de straat zag liggen, ruimde hij dat op. Een klein gebaar, maar heeft een enorme invloed op me gehad.” Volgens Fadel moet je je als ‘nieuwkomer’ niet te druk maken over vooroordelen tegen buitenlanders. In 2010 volgde hij een reanimatiecursus. Drie weken daarna was hij bij een voetbalwedstrijd. Plotseling werd een jongen onwel: hij viel neer en had geen hartslag en ademhaling meer. “Ik hoorde toen een stem in mijn hoofd die zei: jíj moet dit oplossen,” vertelt Fadel. “Dus ik stapte naar voren en heb de jongen gereanimeerd. Hij heeft het overleefd. Later besefte ik dat ik hem niet had kunnen redden als ik me iets had aangetrokken van discriminatie. Dan had ik uit angst waarschijnlijk nooit die reanimatiecursus gevolgd en was ook niet naar die voetbalwedstrijd gegaan. In 2007 zijn twee broers van mij omgekomen in Irak, toen ze na een aanslag gewonden hielpen. Op dat moment volgde een tweede aanslag waarbij zij het leven verloren. Maar wat mijn broers ontnomen is, heb ik nu terug kunnen geven aan die jongen. Daar ben ik dankbaar voor.”












