
Column André Klompmaker: De Tour
8 juli 2025 om 07:00 ColumnNa Toer de Dellen zitten we nu weer volop in de Tour de France. Wel twee heel verschillende evenementen natuurlijk. Bij Toer de Dellen doet ieder zijn best om geld in te zamelen voor de wens Ambulance. Bij de Tour de France doet ieder zijn best om geld in te zamelen voor zich zelf.
Ik zeg daar verder niets verkeerds van, het is tenslotte hun beroep. Vroeger was ik wel eens jaloers op die mensen die alle tijd hadden om te trainen en zo, goed voorbereid aan de start te stonden. Zelf had ik de keuze gemaakt om eerst te werken en dan te sporten. Nu weet ik dat het goed is geweest. Het lijkt me verschrikkelijk als je elke dag moet trainen omdat het je werk is. Ik ging na werktijd lekker sporten als ontspanning. Niet altijd ideaal, maar voor mij het beste. Daarom kan ik ook wel met respect kijken naar die profsporters.
Alhoewel, het moet niet te lang duren, want dan val ik altijd in slaap. Een korte samenvatting vind ik voldoende. Er zijn maar weinig dingen waarvoor mijn concentratieboog lang genoeg is. Dat was mijn probleem ook met wedstrijden. Voor de wedstrijd nam ik me voor om de eerste helft van de course niet te demarreren. Maar na één ronde moest ik weer gaan. Zo gaat het nu niet meer. Ik ben vaak blij dat ik er in het begin bij kan blijven. Ach, mijn tijd is geweest en daar moet ik niet meer over zeuren. Maar de herinneringen zijn soms zo mooi nog.
Die keer dat we in Hallum aan de start stonden voor de zwaarste skeelerklassieker. 100 kilometer op, de toen nog, kleine wieltjes. Altijd veel wind daar boven in Friesland en ook nog bloedheet die dag. Ik had me voorgenomen eens rustig te beginnen. Maar na 1,5 kilometer zat ik al in de beslissende kopgroep met René Ruitenberg en Albert de Boer. Nog 98,5 km samen en René gaf al direct aan geen kopwerk te doen wat Albert de Boer zo boos maakte dat hij alleen nog maar harder ging rijden.
Toen hij honger kreeg schreeuwde hij naar zijn verzorger dat hij eten moest hebben. Deze gaf hem vervolgens de verkeerde verzorgingszak aan waar alleen maar lege zakken in zaten. Het werkte als een rode lap op een stier. Nog harder en wilder ging hij tekeer. En René en ik hoefden bijna niet op kop. 10km voor de finish vroeg hij of we ook mee zouden sprinten om de overwinning. Tuurlijk zei René. Toen ontplofte hij helemaal. Ik zei maar niets. Sprinten kan ik toch niet.













