
Oranje WK-droom levert Gerrit van Olst dierbare momenten voor het leven op
5 augustus 2026 om 06:00 AchtergrondHet contrast kan haast niet groter. In zijn vrije tijd springt Gerrit van Olst (57) uit Elburg nog weleens bij als speaker tijdens de thuiswedstrijden van OWIOS. De afgelopen weken vond de van origine Oldebroeker zich terug op het hoogste voetbalniveau ter wereld. “Dan dacht ik toch verscheidene keren aan de weg die ik afgelegd heb de afgelopen 25 jaar. Bijzonder en dankbaar om hier als Oldebroeker op dit podium te mogen werken.”
Nick Hoekman
Als lid van de medische staf ging Van Olst mee met het Nederlands Elftal naar het WK in Amerika, Canada en Mexico. Een functie die hij sinds 2024 bij het herenteam uitoefent. Al eerder mocht hij de fijne kneepjes van zijn vak als sportmasseur overbrengen op de speelsters van het vrouwenteam; in die hoedanigheid maakte hij al eens een WK mee.
Overtreffende trap
“Maar bij de heren is dit toernooi wel de ultieme overtreffende trap hoor”, geeft hij aan terwijl we ons op een terras in Elburg mengen tussen de toeristen. Hij is overigens niet in vaste dienst bij de KNVB. “Die huren ons bedrijf Preaz Sportmassage in. Dat run ik samen met twee compagnons en heeft meerdere vestigingen in Nederland. In die hoedanigheid maak ik deel uit van Oranje.”
Voetbal-Bermudadriehoek
Het Nederlands Elftal kwam tegen Marokko terecht in een voor Oranje haast traditionele voetbal-Bermudadriehoek waarin het meestal van het toneel verdwijnt: strafschoppen. Hij geeft meteen aan dat het vrij abrupte einde van het avontuur daarom nog wel even moet landen. “Ik had hier het liefst ook niet met je gezeten hoor”, glimlacht Van Olst, verwijzend naar het WK dat tijdens ons gesprek nog op volle toeren draaide en waar hij vanzelfsprekend tot het laatste fluitsignaal bij had willen zijn.
Intense tijd
Vier weken is hij van huis geweest. Een mooie, maar naar eigen zeggen ook intense tijd. “Je wordt als groep echt heel hecht in die weken, vooral omdat je redelijk bent afgeschermd van de buitenwereld. De onderlinge sfeer in de groep was ook heel goed, we hadden dan ook het gevoel dat we nog wel even in het toernooi zouden zitten. Kijk, uiteindelijk ben je gewoon hard aan het werk hoor. Maar het werk is wél heel mooi.”
Kijk, uiteindelijk ben je gewoon hard aan het werk hoor. Maar het werk is wél heel mooi
Lange dagen
Gerrit schetst een doorsnee dag. “Om 06.30 uur gaan we met de staf zelf een uurtje sporten. Daarna starten we met de groep om 08.00 uur met het ontbijt. Vervolgens gaan de jongens trainen en wij als staf gaan dingen bespreken en voorbereiden. Na de lunch gaan we bezig met het herstelproces en komen de spelers bij ons langs. Dat duurt dan tot 22.30 uur. Pas dán zit onze dag erop.”
Immense stadions
Alhoewel hij aangeeft dat je in die weken vooral wordt geleefd, heeft hij geprobeerd er zoveel mogelijk van te genieten. “Dan dacht ik: daar sta je dan als ‘Oldebroeker’. En dat zeg ik niet denigrerend, maar juist met trots, als onderdeel van het grootste sportevenement ter wereld. We speelden ook in van die immense stadions, echt niet normaal. De eerste wedstrijd was in Dallas. Nou, dat stadion... Onze medische ruimte was werkelijk gigantisch. Echt zo groot als de hele oppervlakte hier van voor tot achter”, waarbij hij enthousiast met zijn vingers op basis van het aantal horecazaken dat we zien vanaf het terras probeert te omschrijven hoe immens de ruimtes waren.
Dat intense geluid van zo’n stadion is heel apart. Je hoort enorm veel, maar tegelijkertijd hoor je niks
American Football proporties
“Er stonden zeven behandeltafels en er waren ijsbaden. Ik vroeg me nog af waarom het zo groot moest zijn, maar die American football-teams zijn natuurlijk veel groter qua selectie. Ook als we met de warming-up bezig waren en ik op het veld stond; dat intense geluid van zo’n stadion is heel apart. Je hoort enorm veel, maar tegelijkertijd hoor je niks. Als jij daar op de tribune zou zitten en wat zou roepen, hoor ik dat niet, maar je hoort wel een constante muur van geluid. Voetbal op dit niveau is in zoveel opzichten zó speciaal. Het is heel bijzonder dat je daar deel van mag uitmaken, daar ben ik echt dankbaar voor.”
Op de foto met supporters
Alles rond nationale teams trok tijdens het WK bovengemiddelde belangstelling. Gerrit heeft zichzelf zelfs voor even het vijfde lid van The Beatles mogen voelen. “Toen we in Kansas waren, gingen we ‘s avonds met de stafleden een stukje wandelen. We zijn onderweg denk ik wel tien keer aangesproken door mensen die met ons op de foto wilden: ‘Oh look, it’s the Netherlands!’ We zeiden nog: ‘We are no players, we are staff,’ maar dat maakte ze niks uit: ‘No problem, we want a picture.’ Dat gebeurt dan dus, en dan werk je er maar gewoon aan mee. Voor ons is dat een keertje leuk, maar als speler heb je dat continu. Die jongens kunnen echt nergens naartoe.”
We zeiden nog: ‘We are no players, we are staff,’ maar dat maakte ze niks uit: ‘No problem, we want a picture.’
Doodse stilte
De bubbel waar Gerrit vier weken in verbleef, werd met een Marokkaanse botte bijl pijnlijk aan gruzelementen geslagen. “Die gezichten na de wedstrijd in de kleedkamer vergeet ik nooit meer, die staan op mijn netvlies gebrand. Er heerste een doodse stilte, alsof je op een begrafenis was. Niemand, ook van de staf, zei iets. Iedereen zat overal verspreid hun eigen verdriet te verwerken.”
![]()
Gerrit van Olst samen met Cody Gakpo - Foto: Aangeleverd
Los van het sportieve verlies, blijft dit WK voor Gerrit ook onlosmakelijk verbonden met een aantal ingrijpende en intense persoonlijke gebeurtenissen binnen de groep. “Dat was ontzettend moeilijk”, vertelt Gerrit. “Mijn vrouw en ik hebben in ons eigen leven ook het nodige meegemaakt, net als een ander staflid. Daardoor komt er een stukje van jezelf terug en kun je op zulke momenten echt iets voor een ander betekenen. Het is bijzonder als je dat in zo’n intense bubbel met elkaar kunt delen.”
Kostbare momenten
Achteraf gezien zijn dat volgens de masseur hele kostbare momenten. “Hoe zwaar het op dat moment ook is, juist door die diepe menselijke laag creëer je een band voor het leven. Het waren intense, maar achteraf vooral heel mooie en waardevolle weken. Als ik daarop terugkijk, was de binding en de saamhorigheid die daardoor in de groep ontstond achteraf misschien nog wel kostbaarder dan het winnen van de wereldbeker. Al had ik ze natuurlijk het liefst allebei gehad: én die wereldbeker én die saamhorigheid.”


















