
Nieuwe fase Oekraïense vluchtelingen: terugkeren of blijven?
17 mei 2023 om 14:35 LokaalNederland toont zich buitengewoon lenig bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. De vraag is hoe het nu verder gaat nu de oorlog niet snel lijkt te eindigen.
LNP
Wanneer het in de media gaat over vluchtelingen, dan gaat het in 9 van de 10 gevallen om de opvangproblemen in Ter Apel. Niet heel vaak gaat het over de vluchtelingenstroom uit Oekraïne, die helaas nog aanhoudt. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat deze groep relatief makkelijk in ons land zijn weg vindt. Vrijwel overal waar een locatie wordt ingericht voor de opvang van Oekraïners gaat dat gepaard zonder gemor. De oorlog tussen het land en Rusland is erg dichtbij en zichtbaar en het Westen staat aan de zijde van Oekraïne: dat speelt allemaal mee.
Begin dit jaar dreigde er alleen even een probleem met de zogeheten derdelanders. Dat zijn circa vijfduizend mensen die gevlucht zijn uit Oekraïne, maar die oorspronkelijk afkomstig zijn uit andere landen. Zij studeerden of werkten bijvoorbeeld in Oekraïne. Tot begin maart was voor deze groep noodopvang geregeld, daarna dreigden zij buiten de boot te vallen, maar het euvel was opgelost voordat het een probleem kon worden. Derdelanders kunnen tot 4 september in de opvang voor vluchtelingen uit Oekraïne verblijven om zo de druk op de asielopvang te verlichten. In deze periode start de IND gelijktijdig met de behandeling van hun asielaanvragen.
Momenteel verblijven iets minder dan 100.000 vluchtelingen (92.520 op 26 april) uit Oekraïne in ons land, zo blijkt uit gegevens van de rijksoverheid. Bijna 20 procent van hen woonde volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in bij andere Oekraïners die al vóór de Russische inval in Nederland woonden en nog eens 27 procent woonde zelfstandig op een adres met uitsluitend Oekraïense vluchtelingen. De Oekraïense vluchtelingen wonen verspreid over het land. Op 1 november woonden relatief de meeste vluchtelingen in Renswoude (33,2 per duizend inwoners) en Gennep (21,9), terwijl de minste vluchtelingen per duizend inwoners woonden in Gilze en Rijen (0,6) en Rozendaal (op deze datum geen). In Elburg woonden op 1 november vorig jaar 7,1 Oekraïense vluchtelingen per duizend inwoners, tegenover het landelijk gemiddelde van 5,7 per 1000 inwoners.
Nu de oorlog ruim een jaar duurt, dient zich een nieuwe situatie aan. Die is dat veel van hen zich langzamerhand afvragen wat ze nu verder moeten. Wordt het terug naar een land waarvan sommige delen volledig in puin zijn geschoten of wordt het een toekomst in Nederland? “Iemand die net uit Oekraïne komt, denkt veelal: ik ga snel weer terug. Maar als je hier al een jaar of langer bent, ontstaat het besef dat je hier vorig jaar ook zat en dan gaan er andere dingen spelen. Vooral mensen met kinderen, en daarvan zijn er heel veel onder de vluchtelingen, gaan serieus nadenken over hun toekomst”, zegt Sonja de Ridder van VluchtelingenWerk Nederland over de actuele situatie. Ze heeft voorbeelden: “Als je hier aankomt ben je al blij met een dak boven je hoofd in een veilig land, maar ben je hier al langer dan wil je graag in een fatsoenlijk huis wonen. En er zijn er ook die nadenken over bijvoorbeeld hoe zij weer dicht bij hun familieleden kunnen wonen, zoals dat was in Oekraïne. Eigenlijk zijn dat heel basale dingen waar nu over wordt nagedacht.”
Volgens De Ridder is niet aan te geven of veel vluchtelingen inmiddels de keus hebben gemaakt om in Nederland te blijven. “Dat verschilt van dag tot dag. De ene keer willen ze blijven en de andere keer willen ze terug. Dat hangt ook mede af van het nieuws uit Oekraïne. Heel globaal kun je zeggen dat jonge mensen zonder kinderen graag terugwillen, terwijl gezinnen met kinderen meer nadenken over een toekomst in ons land.”
Opvallend veel vluchtelingen uit Oekraïne hebben hun draai gevonden in ons land. Van de ongeveer 65.000 Oekraïense vluchtelingen tussen de 15 en 65 jaar in ons land had volgens het CBS 46 procent betaald werk als werknemer. Op 1 juli was dat nog 35 procent.
Dat meldt het CBS op basis van cijfers over Oekraïense vluchtelingen in loondienst. Het helpt mee dat in zowat elke branche naarstig wordt gezocht naar medewerkers, maar daarnaast hebben Oekraïense vluchtelingen geen werkvergunning nodig om te mogen werken. Hiermee hebben zij een uitzonderingspositie ten opzichte van andere migranten van buiten de Europese Unie of de landen uit de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA).
In totaal werkt 26 procent als oproepkracht, 43 procent werkt via een uitzendbureau en nog eens 28 procent heeft een ander tijdelijk dienstverband. Het grootste deel werkt deeltijd: 58 procent werkt minder dan 25 uur per week, 13 procent werkt voltijds.









