
Stroperijmuseum Doornspijk: ‘Wat ik hier laat zien, is een unieke collectie’
26 oktober 2022 om 07:45 LokaalJe hebt bijzondere musea en je hebt héle bijzondere musea. Het Stroperijmuseum in Doornspijk valt in die laatste categorie. Op landgoed Huis op de Bergen is te vinden wat je er qua museumnaam zou verwachten; tal van klemmen om dieren te vangen, opgezette beesten, oude uniformen en nog veel meer. Het is eigendom van jachtopziener Cees van Geel (75), geboren in Maarn. “Ik zit bijna vijftig jaar in het vak. Wat ik hier laat zien, is mijn privé-eigendom. Het is een unieke collectie.”
Barry Wensink
“Ik open graag de deuren van mijn museum, maar ontvang alleen op afspraak én alleen op vrijdag en zaterdag. Maximaal tien personen tegelijk. Het moet allemaal niet te groot worden.” Cees drukt ons op het hart dat we dat duidelijk moeten vermelden. Hij wil geen ‘busladingen mensen’ tegelijk voorbij zien komen. Bij deze.
De Doornspijker, - “ik woon hier nu zo’n vijf jaar” -, begon zijn werkzame leven in de kop van Noord-Holland. Na twee jaar kwam hij in de buurt van Leerdam terecht. “Daar werkte ik zeven jaar bij een eendenkooi.” Vervolgens bracht hij 32 jaar door op een landgoed bij Hilvarenbeek. “Mijn vader was ook jachtopzichter. Het is dus niet vreemd dat ik ook in dat vak terecht ben gekomen. Het beheren van het wild zit in mijn genen. Daar hoort ook een stukje jacht bij.” Rond zijn pensioen ging Cees van Geel wonen (en werken) op landgoed Welna in Epe. Het werd vijf jaar geleden ‘ingeruild’ voor Doornspijk. “Ik wist eerst niet eens waar dat lag. Besefte me dat ik wilde voorkomen dat als ik bijvoorbeeld uit zou glijden, m’n heup zou breken en in een bejaardenflatje terecht zou komen. Hier heb ik alles gelijkvloers en ik hoop er de rest van mijn leven te blijven. Ik ben hier een soort van beheerder en het landgoed is van SBNL Natuurfonds.”
Voordat we verder over het museum gaan praten, legt Van Geel graag uit waarom het afschieten van wild niet (per se) zielig is. “Het is belangrijk om de populatie in stand te houden. Als het aantal stuks wild te groot is, heb je veel meer kans op ongelukken. Bijvoorbeeld dat je een dier voor je auto krijgt. Het is beheer; geen moord.”
Dan het museum. Dat herbergt zelfs de oude dienstfiets van de vader van Cees van Geel. Opvallend is de grote hoeveelheid klemmen tegen het plafond aan. “Allemaal van de stroperij. Vroeger werd dat veel gedaan met het idee om een stukje vlees op bord te hebben. In Brabant had ik mijn verzameling in de jachthut staan. Ik vind het belangrijk om het ook aan anderen te laten zien. Zo ontvang ik hier soms een aantal studenten, maar ook jonge politieagenten. Ik heb onder andere een diaserie om te laten zien. Daarnaast leg ik uit waar ze tijdens de stroperij op moeten letten. Zoiets krijgen ze niet tijdens hun opleiding. Ik gebruik de spullen dus voor educatieve doeleinden. Binnenkort komt een groep van Defensie kijken.”
We lopen de trap op om hetgeen wat op zolder staat te bekijken. Naast een aantal uniformen, onder andere uit de jaren 50, staat er ook iets wat de verslaggever van dienst niet kan plaatsen. “Dit is een rattenklooster van enkele honderden jaren oud”, legt Ceel van Geel uit. “Die dingen zijn jaren geleden al verboden, maar vroeger werden ze gebruikt om ratten te vangen. Er zijn hiervan nog maar enkele exemplaren in Nederland.”
Stroperijmuseum, Schootbruggeweg 22 in Doornspijk. Een afspraak maken kan via 06-53677205.










