Serie VluchtelingenVerhalen deel 7
14 december 2016 om 11:45 Lokaaldoor Ludmilla Coornstra
ELBURG - Ruim een jaar geleden vluchtte Saleem Estefan uit Syrië. “Ik ben christelijk en christenen zijn een minderheid in het Midden-Oosten,” legt hij uit. “Voor mij was het gevaarlijk daar. Bovendien ben ik nog jong. Ik moest eigenlijk als soldaat het leger in, maar ik hoor bij geen van beide kampen in de burgeroorlog. Daarom ben ik gevlucht.”
Dat vluchten ging niet zo eenvoudig, ontdekte hij. “Drie keer heb ik geprobeerd om naar Griekenland te komen. De eerste keer ging de handelaar, die de overtocht zou regelen, er met mijn geld vandoor. De tweede keer werd ik opgepakt door de politie en heb ik een dag in de gevangenis gezeten. De derde keer lukte het eindelijk. Ik heb nog wel een stuk moeten zwemmen, want de boot ging niet helemaal tot aan de kust.”
Nerveus
Sinds een maand woont Saleem in Elburg. “Elburg lijkt wel wat op Maharda, waar ik vandaan kom,” vindt hij. Het bevalt hem hier goed. “Maar alles is hier zo georganiseerd in Nederland! Tien over vijf is bijvoorbeeld ook écht tien over vijf, geen minuut later. In Syrië kun je gerust een kwartiertje later komen. Aan de ene kant is het wel fijn, die structuur hier. Maar het maakt me soms ook nerveus. Ik ben telkens bang dat ik te laat kom.”
Tennistrainer
Wat vind jij het moeilijkst? “Het alleen zijn. Met de taal komt het wel goed en ik ben optimistisch over de toekomst. Maar mijn familie is nog in Syrië. Ik heb contact met ze via Skype en WhatsApp. Als het internet het daar doet, tenminste.” In Syrië was Saleem tennistrainer. Hij wil hier graag aan het werk. Maar dat gaat niet zomaar, merkte hij.
Diploma’s
“Eerst moet ik de taal natuurlijk leren, maar daarna moet ik ook nog Nederlandse diploma’s halen om te mogen lesgeven. Syrische diploma’s gelden hier niet. Nooit ben ik afhankelijk geweest, maar nu ben ik opeens afhankelijk van een uitkering. Dat wil ik niet, ik wil zo snel mogelijk aan het werk. Mijn hart gaat uit naar sport, maar het hangt natuurlijk ook af van de werkgelegenheid.”
Dankbaar
Saleem benadrukt dat hij geen economische vluchteling is. “Ik had een mooi leven in Syrië, maar mijn leven is kapot gemaakt door de burgeroorlog. Ik moest alles achterlaten. Daar wordt niemand blij van. Ik ben wel heel dankbaar dat ik hier opnieuw mag beginnen. Dus zolang ik nog niet mag werken, wil ik vrijwilligerswerk doen en gratis lesgeven. Ik wil iets terugdoen voor dit land.”








