Dick van der Veen door de jaren heen. Foto rechts: Barry Wensink
Dick van der Veen door de jaren heen. Foto rechts: Barry Wensink

Dick van der Veen: een sportverslaggever met meer verhalen dan een krant aankan

2 september 2025 om 06:00 Mensen

Je mag hem best omschrijven als een instituut binnen de regionale sportwereld. Dick van der Veen is met zijn 85 lentes de wandelende Enkhuizer Almanak op het gebied van wielrenners uit de omgeving en is voor onze kranten nog wekelijks als verslaggever te vinden op de sportvelden. “Ik heb zoveel dingen meegemaakt tijdens mijn werkzaamheden rond de Tour de France, je zou er een boek over kunnen schrijven”, glimlacht de journalist geamuseerd.

Nick Hoekman

Bij het binnentreden van zijn domein in Epe, tevens op de voorgevel aangeduid als onderkomen van dialect-goeroe ‘Gait van de Renderklippen’ krijg je alles wat je op voorhand van een doorgewinterde sportverslaggever verwacht: de ontvangst is een ruimte waar, in eerste oogopslag, alle boeken over nationale- en internationale sporthelden liggen opgeslagen. Het kan niet anders dan dat Wikipedia hier zo nu en dan eens stiekem snuffelt om te checken of ze alle feiten nog correct hebben.

Van der Veen heeft in zijn jonge jaren eerst nog aan de andere kant van de reclameborden gestaan. Als 15-jarige voetbalde hij bij Eerbeekse Boys. Al snel bleek dat bij hem de pen een krachtiger wapen was dan zijn schot. Een transfer naar de journalistiek liet dan ook niet lang op zich wachten. Het Vrije Volk uit Arnhem hengelt naar de schrijfkunsten van Van der Veen en in die hoedanigheid struint hij dan ook niet veel later de regionale voetbalvelden af. “Dat was in een tijd dat er echt nog veel publiek op het amateurvoetbal af kwam”, weet hij zich nog goed te herinneren. 

De eerste wedstrijd vraagt u? “Eerbeekse Boys tegen B.I.C., dat staat voor Brummen Incognito Combinatie, maar die club bestaat niet meer.” Bij deze gemeentelijke derby stond volgens de voetbalverslaggever zo’n anderhalf duizend man rijendik langs het veld. 

We spoelen even een aantal jaar door en laten zijn inmiddels voltooide dienstplicht en verdere werkzaamheden in de journalistiek hier achter met een eervolle vermelding. Van der Veen gaat aan de slag bij krantenuitgever Wegener in Apeldoorn. “Daar heb ik van alles gedaan, zoals de wielerrondes van Gelderland bijvoorbeeld. En later kwam daar ook het nationale- en internationale gebeuren bij. En nog weer later ook Omroep Gelderland bij.” Voor Van der Veen staan alle seinen op groen om de vele plakboeken, die als een papieren Toren van Pisa op de tafel staat, erbij te pakken. 


Het openen van de documentatie over de Ronde van Frankrijk is voor de Epenaar een trip down memory lane. Liefst 27 keer was hij van de partij. Zo komen onder meer de de columns van Erik Breukink namens De Stentor tevoorschijn. Begin jaren ‘90 had de Nederlandse wielersensatie tijdens ‘Le Tour’ een dagelijkse column in het dagblad. Maar dat werd, biecht de journalist op, opgepend door Van der Veen. “Erik kon geen columns schrijven. Dus zat ik drie weken lang elke dag bij hem in het hotel om zijn verhaal vast te leggen.”
Daarnaast leverde hij zelf ook Tour-gerelateerde columns aan voor diverse dagbladen. Hij vloog niet alleen met zijn motieblok voor de kranten door heel Frankrijk, ook voor reportages namens Omroep Gelderland mocht hij zitvlees kweken achterop een motor terwijl ze zo dicht mogelijk bij het peloton probeerden te komen. Van der Veen blijkt als enige regionale journalist uitgezonden naar Frankrijk, waar hij zich staande moest proberen te houden tussen zijn collega’s van de NOS. “Die zagen mij als een boertje uit de provincie en probeerden me ook wel dwars te zitten. Destijds moest ik mijn reportages via de satellietwagen van de NOS versturen naar Omroep Gelderland. Maar die hadden daar totaal geen trek in. Dus het kwam wel eens voor dat ze het waren ‘vergeten’.” Ook de omstandigheden waren verschillend. “Voor de NOS crew was alles geregeld. Ik moest het allemaal op eigen houtje regelen. In de ochtend wist ik niet waar ik die nacht zou gaan slapen.”
Hij mag van de regionale omroep naar het sportevenement omdat Gelderland op dat moment de helft van het aantal Nederlandse renners afleverde. “Mannen als Knaven en Breukink. En zo nog een stuk of drie, dus het was voor de omroep heel interessant om daar bij te zijn.” Het levert de geestelijk vader van ‘Gait van de Renderklippen’ een bijzondere band op met de renners. “Omdat we uit dezelfde regio kwamen, vertelden ze mij wel meer dan bijvoorbeeld Mart Smeets. Dan werd de overige pers tegengehouden en mocht ik via de achterdeur alsnog het hotel binnen, dat zijn wel mooie dingen.”


Talloze anekdotes passeren de revue. Het meest memorabele volgens de verslaggever zelf? Achterop bij een Belgische motorrijder, toen de motor er de brui aan gaf. “Dick, trekt gij uw eigen plan maar. Ik moet met dit ding naar benee”, spreekt Van der Veen met een Vlaamse tongval. “En toen zat ik, notabene op mijn eigen verjaardag, in een Franse berghut. In Epe zat de huiskamer vol visite, maar ik zat moederziel alleen ergens weggestopt in de Franse bergen zonder GSM”, besluit de 85-jarige journalist over zijn vele avonturen tijdens de Tour de France.

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie