Arbeiders op een kwekerij met vooraan kinderen. Foto: NoVA
Arbeiders op een kwekerij met vooraan kinderen. Foto: NoVA

'Kinderen werkten wel 13 uur per dag'

7 mei 2026 om 07:57

Sille Slaa van het Noord-Veluws Archief (NoVA) bespreekt in deze maandelijkse rubriek een wisselend onderwerp uit de gemeenten Nunspeet, Elburg of Oldebroek.

 

Wat deed jij vroeger na schooltijd? Buitenspelen, sporten of een hobby? Tegenwoordig zijn kinderen tot 16 jaar leerplichtig en gaan vijf dagen in de week naar school. Vroeger was dat heel anders. Een negentiende-eeuws rapport van de gemeente Ermelo geeft ons een bijzonder inkijkje in het leven van kinderen in die periode.

In 1841 ontvangt de gemeente Ermelo (waar Nunspeet toen nog onder viel) het verzoek van de gouverneur van de Provincie Gelderland of ze een overzicht kunnen opstellen over jeugdige fabrieksarbeiders. Wat volgt is een gedetailleerd overzicht. Door de uitgebreide uitleg bij het rapport krijgen we een goed beeld omgang met kinderarbeid in het Nunspeet.

Lange dagen, volle weken

We krijgen een inkijkje in het leven van 42 kinderen in de leeftijd van 9-18 jaar, die werkzaam waren in een weverij. Voor hen geen tijd om buiten te spelen of voor hobby's. De kinderen maakten lange dagen. In de winter werkten ze 11 uur per dag en in de zomer zelfs 13. Ze kregen twee uur pauze met 'gelegenheid tot beweging in de vrije lucht'. Na zo'n lange werkdag wachtte in de avond ‘maatschappelijk onderwijs’. In totaal vier uur per week. Een uur godsdienstonderwijs was eveneens verplicht, maar zou op zondag gevolgd kunnen zijn.

Industrie in Nunspeet

Het werk dat deze kinderen verrichtten vond plaats in een fabriek die niet meer bestaat. Het stond aan de Laan tussen de Ittmanshof en de Lindenhof. De fabriek was opgericht op initiatief van burgemeester C.L. Vitringa en was in 1838 in handen gekomen van de heren G. & H. Salomonson. De fabriek produceerde 150 weefsels per week in 1841. Een lap was ongeveer 23 meter lang. De kinderen kregen niet per dag, maar per voltooid stuk betaald. Een gemiddeld dagloon kwam neer op 35 cent.

‘Zorg’ voor de armen

Voor veel gezinnen was kinderarbeid noodzaak, er moest immers brood op de plank komen. Volgens het rapport bood het werk in de fabriek ook kansen. Gezinnen verkregen door de kinderarbeid een eigen inkomen en waren minder afhankelijk van bijvoorbeeld de diaconie. Het voorkomen van baldadigheid en ongehoorzaamheid was volgens het rapport een voordeel, ze kregen na het werk immers onderwijs.
Het almaar toenemende aantal diefstallen die in de gemeente plaatsvonden zou hiermee hopelijk worden teruggedrongen. Het fabrieksleven gaf orde en leerde gehoorzaamheid. Daarmee kreeg de fabriekseigenaar haast een soort zorgende rol toebedeeld, hetgeen haaks op onze opvattingen over kinderarbeid staat.

Nieuwe wetgeving

In 1874 werd het bekende Kinderwetje van Van Houten doorgevoerd, wat de kinderarbeid aan banden zou moeten leggen. Door gebrek aan toezicht en gestructureerd onderwijs veranderde er nog niet zoveel. Pas in 1901, met de invoering van de Leerplichtwet werd het aantal werkende kinderen echt teruggedrongen. Het is dus nog maar 125 jaar geleden dat dit veranderde in onze maatschappij. Inmiddels kunnen we ons haast niet anders meer voorstellen.

 Het rapport over kinderarbeid in Nunspeet, 1841. Foto: NoVA