Uitleg over het gebied.
Uitleg over het gebied. Hanneke Bloemendaal

De veelzijdige Wezepsche Heide: van letterzetter tot zandhagedis

4 juni 2025 om 16:00 Algemeen

Gerda Welkamp en Johan Nieuwland van Milieu- en Natuurvereniging Groentje zijn kenners als het gaat om het waterwingebied in Wezep. We maken met hen een wandeling over de Wezepsche Heide. Aanleiding is de Beursvloer die afgelopen oktober georganiseerd werd door de gemeente Oldebroek. Maatschappelijke organisaties en bedrijven konden diensten en goederen uitwisselen met gesloten beurs. De leden van Groentje ontvingen een workshop social media van Comceptum Media Makers en boden als tegenprestatie een informatieve wandeling op de hei aan.

Hanneke Bloemendaal

De Wezepsche Heide is met 260 hectare (voor wie dat niets zegt: dat zijn 384 voetbalvelden) het grootste waterwingebied van Vitens. We beginnen de wandeling bij de ingang aan de Stationsweg. Hier staat een informatiebord waar je onder meer de geschiedenis van het waterwingebied kunt lezen. Johan vertelt: “Aan het begin van de 19e eeuw was er in dit gebied alleen maar heide. Van lieverlee is het gebied dicht begroeid geraakt. Vitens wil het gebied meer ontwikkelen naar hoe het oorspronkelijk was. De laatste tientallen jaren zijn daarom dennen gekapt. Men wil het gebied meer ontwikkelen en omvormen van naaldbomen naar een gemengd loofbomen/naaldbomen bos met meer gelaagdheid. Als je niets doet krijgen de naaldbomen de overhand. Er zijn ook corridors gemaakt voor vogels en open plekken voor de zandhagedis.”
Een corridor is een verbinding tussen verschillende natuurgebieden die dieren kunnen gebruiken om van het ene gebied naar het andere te gaan.
Bioloog Gerda vult aan: “Een typische vogel voor hier is de roodborsttapuit. Ook de gekraagde roodstaart komt veel voor. Die maken gebruik van de corridors, willen niet over een open vlakte vliegen, omdat ze bang zijn voor sperwers. Als je geluk hebt, zie je het Goudhaantje. Dat is het kleinste vogeltje van Nederland. Ze zijn vaak met meer, maar erg lastig te spotten. Als je hun roep kent, hoor je ze wel. De boomleeuwerik broedt graag op de grond, daarom is het belangrijk om honden aan de lijn te houden.” Een andere bewoner van het gebied is de zandhagedis. Rond paringstijd krijgen de mannetjes een felgroene kleur om indruk te maken op de vrouwtjes. “Evenwijdig aan paden liggen vaak dode takken. Die zijn daar expres neergelegd als schuilplaatsen voor hagedissen en adders.”

We staan stil op een vijfsprong, waar Gerda en Johan wijzen op voorbeelden van opgeschoonde borders. “De leden van Groentje onderhouden met meerdere natuurwerkdagen per jaar dit gebied. We verwijderen dan bijvoorbeeld kleine dennetjes. Dennen gebruiken in de winter veel water, loofbomen niet. Je ziet ook dat door meer ruimte te creëren er overal spontaan bessenstruiken gaan groeien. Een groot probleem is overigens dat de grond hier heel zuur is. Daarom strooit Vitens af en toe kalk, waardoor de bodem meer in balans komt. Waar we nu staan is de Oude Wapenveldseweg. Die wordt veel gebruikt door herten, reeën en zelfs af en toe door een edelhert. Verder leven hier vossen en dassen. Maar ook de wolf heeft inmiddels dit gebied ontdekt. De Schotse Hooglanders hebben zich hier al op aangepast: ze gaan in een kring liggen met de hoorns naar buiten gericht en de jongen binnen in de cirkel om hen te beschermen tegen een eventuele aanval.” 


Schotse Hooglanders - Hanneke Bloemendaal

Voor menig wandelaar is heide wellicht gewoon heide, maar onze gidsen vertellen dat dit gebied bijzonder is omdat er drie verschillende heidesoorten vlak bij elkaar groeien. Struikheide (kan goed tegen droogte), dopheide (houdt meer van nat) en kraaiheide (groeit in de schaduw). “Zie je dat groepje bomen daar bij elkaar staan? Er doen vier theorieën de ronde. De eerste is dat het heksenbosjes zijn, die theorie valt voor mij af”, lacht Gerda. “De tweede is dat het miltvuurbosjes zijn: schapen die besmet waren met miltvuur werden hier vroeger begraven, de derde is dat de bosjes zijn aangelegd door militairen als bivakplaatsen. De laatste theorie, en wat mij betreft de meest plausibele, is dat er na de Tweede Wereldoorlog snelgroeiende bomen zoals de Amerikaanse eik werden geplant, omdat er gebrek was aan haardhout.”

Op de terugweg wijst Johan en passant op een imposante boom: een tamme kastanje, die maar sporadisch in het gebied voorkomt en laat Gerda zien welke (naald)bomen aangetast zijn door letterzetters (hout-etende kevers, waarvan de patronen die ze maken op letters lijken). Met deze (en meer) boeiende informatie kijken we voortaan met andere ogen naar de Wezepsche Heide.

Pauzeren met 'catering'.
Afbeelding
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie