Logo huisaanhuiselburg.nl


Matthijn Steert (links) en Diederick van Wijk trainen hun communicatievaardigheden op de reddingboot. (Foto: Laura van der Linde)
Matthijn Steert (links) en Diederick van Wijk trainen hun communicatievaardigheden op de reddingboot. (Foto: Laura van der Linde) (Foto: Laura van der Linde)

KNRM redt 't niet zonder vrijwilligers

"Man overboord!" Een vrijwilliger van de stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) in Elburg ligt in het water van het Veluwemeer. De anderen weten precies wat ze moeten doen; de reddingboot maakt een snelle bocht, terwijl iemand op de boeg de plaats aan blijft wijzen naar de persoon in het water. Twee anderen staan klaar om de drenkeling aan boord te hijsen. Binnen een minuut is de drenkeling aan boord; oefening geslaagd.

"We trainen elke woensdagavond", vertelt Jan Balk. Vijftien jaar geleden was hij betrokken bij de oprichting van KNRM-station Elburg. "Sindsdien rukken we gemiddeld 45 keer per jaar uit. De ene keer voor een boot die vastgelopen is in ondiep water, een andere keer voor een drenkeling." Terwijl Balk praat, versnelt collega Matthijn Steert de boot naar 60 kilometer per uur. Hij maakt scherpe bochten, zodat iedereen zich vast moet houden om niet in het water te vallen. "Dit moet routine worden", legt Balk uit. "Zodat we bij een echte actie precies weten wat we moeten doen en hoe we op de boot moeten bewegen." De bewegingen van de mannen op de boot laten zien dat ze weten wat ze doen en wat van ze verwacht wordt. "Maar ik leer elke dag nog bij", vertelt Steert. "Daarom zijn deze woensdagavonden zo belangrijk."

Te weinig vrijwilligers

Balk heeft in de afgelopen vijftien jaar veel collega's zien komen en gaan. "Bij de KNRM mag je, net als bij de brandweer, maximaal tot je vijfenvijftigste werken. Dat betekent voor ons dat we dringend nieuwe vrijwilligers nodig hebben, want binnen een paar jaar moeten enkelen van ons stoppen." Steert vult zijn collega aan: "Eigenlijk hebben we nu al te weinig mensen. Het is moeilijk om constant genoeg mensen paraat te hebben staan." Het team in Elburg moet op korte termijn aangevuld worden met minstens zes 'opstappers', zoals de vrijwilligers worden genoemd.

Drie jaar training

Steert is zelf inmiddels vier jaar opstapper in Elburg. Hij weet nog goed hoe zijn trainingsproces begon. "Het eerste half jaar bestaat uit elkaar leren kennen. Daar moesten we ontdekken of ik in het team paste, en wat ik van het werk vond. Toen ik daarna groen licht kreeg, heb ik alle trainingen gehad." Steert haalde zijn vaarbewijs, zijn EHBO-diploma, leerde met de radio te werken en hoe hij zich in het water moest gedragen. "Maar al vanaf dag één draaide ik volledig mee in het team. De trainingen duren drie jaar, maar in die tijd ga je al regelmatig mee met een actie." Diederick van Wijk werkt zo'n negen jaar op de boot. "Ik vind het fijn om het verschil te kunnen maken. Met een reanimatie of het lostrekken van een boot: wij helpen mensen die dat nodig hebben."

Steert en Van Wijk hopen dat hun team versterkt wordt door mensen die dezelfde motivatie hebben. "Als je intrinsiek gemotiveerd bent om mensen te helpen, kun je van grote waarde zijn voor ons", benadrukt Van Wijk. "Het maakt niet uit of je man of vrouw bent, of wat voor werk je doet. We hebben hier accountmanagers en jachttimmerlieden; iedereen kan dit werk doen." Hij vertelt dat de vrijwilligers elke woensdagavond drie tot vier uur oefenen. De rest van de tijdsdruk is afhankelijk van de inzet.

Iedereen staat voor elkaar klaar


Dag of nacht beschikbaar

Ze zijn op zoek naar mensen tussen de 18 en 45 jaar, die wonen en/of werken in Elburg. Wie woont in Elburg kan 's avonds beschikbaar zijn, wie er werkt juist overdag. "Belangrijk is dat een werkgever akkoord gaat met het feit dat je opgeroepen kunt worden", benadrukt Van Wijk. "Want bij een melding laat je alles uit handen vallen en ben je zo snel mogelijk in het boothuis." Matthijn Steert grinnikt: "Ook 's nachts. Dan zie je in wat voor pyjama je collega slaapt. Ik kwam een keer terug van een nachtelijke melding, toen pas kwam ik er achter dat ik mijn broek achterstevoren aanhad en mijn shirt binnenstebuiten." Hij lacht er hartelijk om.

Die nachtelijke meldingen maken voor Steert wel duidelijk hoe betrokken alle opstappers zijn. "Als wij via onze pieper een melding krijgen, varen we over het algemeen binnen zeven tot tien minuten uit, zelfs 's nachts. Vanaf de ingang van het boothuis tot aan de boot zelf zie je dan een spoor van kledingstukken, die we hebben neergegooid om snel ons pak aan te trekken."

Direct je verhaal kwijt

"Maar ook degenen die niet mee zijn geweest met de actie, voelen zich betrokken", legt Steert uit. "Na een nachtelijke operatie, waarbij ik iemand moest reanimeren, werd ik op de terugweg in de auto al gebeld door een collega. Hoe het met me ging, wilde hij weten." In de uren die volgden deed hij naar eigen zeggen zo'n tien keer zijn verhaal. "Daarna ben je het ook kwijt; de groep helpt je direct met het verwerkingsproces. Iedereen staat voor elkaar klaar."

Jan Balk wijst naar zijn collega's. "Het is een fijne ploeg om in te werken. We weten wat we aan elkaar hebben. Nieuwe opstappers kunnen bij ons alles leren." Steert wijst om zich heen. "Ik blijf het mooi vinden om op het water te werken. Bij de KNRM doe je dingen die je in het normale leven niet doet. Ik had vanavond thuis op de bank kunnen hangen. Dan is een beetje actie in de mooie natuur een stuk interessanter." Met de ondergaande zon in zijn rug stuurt hij de boot weer richting het boothuis. De oefening van deze woensdagavond zit er op.

1 reactie
Meer berichten