
Kunst in de voetsporen van Jo Bonger-Van Gogh
30 augustus 2021 om 16:19 Lokaal“Jo Bonger, getrouwd met Theo, de broer van Vincent van Gogh, heeft in dit pand les gegeven toen het een meisjesinstituut was”, vertelt Petra Boersma. “Zij heeft het werk van Van Gogh, toen nog vrij onbekend, geëxposeerd en dat heeft in belangrijke mate bijgedragen aan zijn carrière.”
ELURG – Boersma vestigde zich enkele maanden geleden in het pand aan Beekstraat 57 met haar Pop Up KunstHub BinK. “Een galerie met tentoonstellingen van net afgestudeerde kunstenaars, die ik graag een podium wil geven”, legt ze uit. “Vorige week is de tweede expositie gestart. Jo Bonger heeft het werk van haar zwager bekendheid gegeven, net zoals ik met kunstenaars wil doen. En hiermee Elburg op de kaart zetten met kunst.”
Meisjesinstituut
Jo Bonger werkte in 1884 en 1885 als docent op het meisjesinstituut, het gebouw waar in 1808 de meisjeskostschool werd opgericht door admiraal Van Kinsbergen. “Ze heeft veertien maanden Engelse les gegeven en woonde in Hierden. Jo Bonger sprak haar talen goed, ook Frans en Duits. Dat zou later nog goed van pas komen”, aldus Boersma.
Kunstenaarsdorpen
Petra Boersma: “Halverwege de 19e eeuw zijn de kunstenaarsdorpen ontstaan, zoals ook Nunspeet. Dat kwam door de uitvinding van de verftube. Tot die tijd maakten schilders hun verf zelf, van oliën en pigment. Die droogde buiten snel op, door de verftube konden de impressionisten naar buiten. Dit begon in Parijs en waaide over naar Nederland en vanuit de Randstad naar het platteland. In de grote steden was de lucht destijds niet schoon, rook, onverharde straten, beperkte riolering, hygiëne en dergelijke. De kunstenaars wilden naar de frisse buitenlucht van het het platteland. Zoals naar Nunspeet, omdat daar een station was.”
Vincent van Gogh
“De jongere broer van Vincent van Gogh, Theo, werkte in de kunsthandel en galerieën”, vervolgt Boersma. “Hij is in 1989 getrouwd met Jo Bonger en toen zijn ze naar Parijs verhuisd. Theo onderhield zijn broer financieel en er was een intensieve correspondentie. In 1890 werd zoon Vincent Willem geboren en in het zelfde jaar is Vincent van Gogh gestorven. Theo overleed een half jaar na hem en zo bleef Jo achter met een kind van een jaar, 400 schilderijen van haar zwager en heel veel brieven. Ze ging terug naar Nederland en begon in Bussum een pension. Maar ze ging ook de boer op met de collectie van Vincent van Gogh.”
Strategisch
“Want Theo geloofde in Vincent”, zegt Boersma. “Hij was zijn tijd ver vooruit, had zich toegelegd op het expressionisme met veel kleuren en emoties en Jo wilde het werk van haar man voortzetten. Ze sprak haar talen; Engels, Frans en Duits en boorde haar contacten aan. In totaal heeft ze 100 exposities georganiseerd, waaronder de eerste solo-expositie in het Stedelijk in Amsterdam. Ze deed dit allemaal heel slim en strategisch. Ze was ook voorvechtster van de arbeidersklasse en zette zich in voor betere omstandigheden voor vrouwen. Zoon Vincent Willem heeft de basis gelegd voor het Van Gogh Museum.”
Inspirerend
“Jo Bonger heeft gezegd: ‘Ik zou het vreselijk vinden als ik aan het eind van mijn leven niets heb betekend, niet iets nobels gedaan heb.’ Dat vind ik heel mooi en inspirerend”, aldus Boersma. “Haar DNA zit in dit pand en door haar wordt de kunstgeschiedenis weer verbonden met nu. Door net afgestudeerde kunstenaars een podium te geven, hoop ik ze te kunnen helpen.”
Bijzonder pand
De huidige expositie ‘Het Begin’ van Pop Up KunstHub BinK biedt werk van zes net afgestudeerden, waaronder Miranda Blaak uit ’t Harde, met haar sokkel, het voetstuk. Ook van de gerenommeerde Ronald A. Westerhuis, die het Nationaal Monument voor de ramp met de MH17 heeft gemaakt, zijn enkele werken te zien.
“De expositie die duurt tot en met 2 oktober, is heel divers; spiegelobjecten, papierkunst met schaduw- en lichteffecten en een rijdend object met kleureffecten onder andere, echt prachtig”, zegt Boersma. “Na 2 oktober gaat het pand verbouwd worden en de verwachting is dat ergens in 2022 de nieuwe KunstHub BinK geopend wordt in dit bijzondere pand.”
(Door: José Oosthoek)












