
Een kijkje in het leven van de Molijntjes
13 augustus 2026 om 06:00 HistorieMariëlle Bos van het Noord-Veluws Archief (NoVA) bespreekt in deze rubriek maandelijks een wisselend onderwerp uit de gemeenten Nunspeet, Elburg of Oldebroek.
Wie in Nunspeet en omstreken woont, kan niet aan de familie Molijn ontkomen. De nalatenschap van deze bijzondere familie vind je letterlijk op straat: de F.A. Molijnlaan en Veluvine bijvoorbeeld. In de persoonlijke archieven van het gezin Molijn vinden we twee archiefstukken die ons een kijkje in hun leven verschaffen: de weekboeken.
Het gezin bestond uit François Adriaan Molijn, geboren in een familie van vernisstokers. Hij richtte de Veluvine Verffabriek op. In 1880 trouwde hij met Adriana de Groot. In 1882 werd zoon Pieter Cornelis geboren. Adriana overleed twee weken na zijn geboorte. Twee jaar later hertrouwde Molijn met Diderica (Cor) de Groot, de oudere zus van zijn eerste vrouw. Helaas stierf zoon Pieter op 9-jarige leeftijd. Molijn en zijn tweede vrouw adopteren later drie weeskinderen: Wiert, Aat en Gepke Lohman. Cor was niet zoals andere vrouwen in haar tijd. Ze was nauw betrokken bij de (sociale) bedrijfsvoering op de verffabriek. Net als haar man liet ze een bijzondere erfenis achter. Zo was ze lid van het bestuur van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht.
De weekboeken
Dat het gezin sociaal was ingesteld, blijkt uit de weekboeken. Om de beurt moesten de gezinsleden verslag doen van de week. Ook gasten werden geacht te schrijven. Aat moest het boek inwijden en vertelde dat het weekboek een verjaardagscadeau was van François aan Diderica. Daarnaast kreeg ze een mooie antieke kast. Molijn had zijn vrouw behoorlijk geplaagd met het ‘grote’ cadeau, want dat had vier poten. Diderica griezelde daarvan, ze was bang dat het een auto zou zijn.
De reis naar Parijs
Gepke deed verslag van de reis naar Parijs. In alle vroegte vertrok het gezin met de trein. ‘s Avonds kwamen ze aan op station Gare du Nord, dat volgens Gepke ‘heel groot, maar tegelijk heel lelijk is’. De familie sliep in het Grand Hotel, waar ze van het diner met livemuziek genoten. Onze verslaggeefster had het niet zo op de dirigent: ‘waaronder muziek van zes roodgejaste mannetjes en een zwartgerokte, onuitstaanbare verwaande dirigent die almaar om zich heen keek alsof hij wou zeggen ‘hier ben ik, zie je me wel?’. Ba, wat een vent.’
Wiert beschreef de tweede dag, waarin het Louvre werd bezocht. Door het diner kwamen ze bijna te laat voor de geplande opera die avond. De kinderen hoorden voor het eerst de opera Faust. Volgens Wiert was het lastig alles te begrijpen, maar werd er mooi gespeeld: ‘voor zover wij dat wil zeggen Zus en ik dat beoordelen konden, want op dit gebied heeft ‘t in Nunspeet wel onthouden.’
De laatste drie dagen werd Parijs nog bezichtigd, voor het gezin weer huiswaarts keerde met de trein.
Prachtige bron
De twee weekboeken geven een inkijkje in het leven van de Molijntjes.
Het leven van de gewone Nunspeter in die jaren wordt in de boeken niet beschreven, in tegenstelling tot het dagelijkse leven van het gezin op de Grote Bunte. Dat maakt deze boeken, en de foto’s die ze bevatten, een prachtige toevoeging aan het Nunspeter archief.
















