Nationale Feestviering op 1 april 1872 (anoniem, Rijksmuseum).
Nationale Feestviering op 1 april 1872 (anoniem, Rijksmuseum). SNWV

Gedonder in de glazen in het Oldebroek van 1872

10 mei 2025 om 06:00 Historie

Mariëlle Bos van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe, vanaf 1 juli Noord-Veluws Archief (NoVA), bespreekt in deze rubriek maandelijks een wisselend onderwerp uit de gemeenten Nunspeet, Elburg of Oldebroek. 

“Op maandag den eersten april 1872, des avonds ten ongeveer half negen ure, bevond ik, ondergeteekende Dirk Mulder (…) mij op den straat in het dorp Oldebroek. Aldaar hoorde en zag ik eene groote menigte menschen, naar gissing circa 300 personen, die zich aldaar heen en weder bewogen, onder het zingen van de vaderlandsche liederen “Wilhelmus”, “Wier Neerlandsch bloed” en anderen. Voor het huis van den landbouwer Beerd Spijkerboer hield het grootste gedeelte dier lieden op de straat stand, en als toen hoorde ik nu en dan de kreten “Oranje boven” en “Weg met den patriot.” 

Op 1 april 1872 vierde heel Nederland feest om het 300-jarig jubileum van de inname van Den Briel door de Watergeuzen te herdenken. De voorbereidingen van het 300-jarig feest waren niet zonder slag of stoot verlopen. De herdenking was voor de protestanten namelijk echt een feest, maar voor de Rooms-Katholieken niet. Na de inname van Den Briel door de Watergeuzen, werden er 19 katholieke priesters vermoord. Deze 19 staan nu bekend als de Martelaren van Gorcum. 

Feest in Oldebroek
Er werden allerlei festiviteiten opgetuigd, ook in Oldebroek. Op 1 april 1872 werd er in het hele dorp uitgebreid gevlagd om deze feestelijke dag te benadrukken. Op één woning na, namelijk die van Beerd Spijkerboer. Spijkerboer zou zich voorafgaand aan het feest al minachtend hebben uitgelaten. Hij vond dat ‘dit allemaal malligheid en aperij was en dat alle dorpsbewoners wel gek schenen’.
Spijkerboer bleef standvastig en stak geen vlag uit. Ook niet nadat hij was toegesproken om toch de vlag uit te hangen, zélfs door de predikant!

Gedonder in de glazen
Toch leek het later die dag erop dat Spijkerboer bakzeil haalde. Hij zou een heel klein vlagje uit zijn dakraam hebben gestoken, dat hij een ‘noodvlag’ noemde. Voor de feestende menigte was dat echter niet genoeg. De menigte toog rond half negen ‘s avonds naar het huis van de dissident en gooide de ruiten in. De veldwachter in functie, Dirk Mulder, had de menigte gauw in de smiezen en probeerde ze voor het huis weg te krijgen. Rond een uur of elf lukte dat, toen was er echter van de ruiten van Spijkerboer niet veel meer over. Mulder bood Spijkerboer aan om naar de burgemeester van Oldebroek te gaan om hem verhaal te doen van het gebeurde, maar dat hoefde niet van Spijkerboer. Die was kennelijk door het gebeurde toch op andere gedachten gebracht, want hij zei tegen Mulder dat hij nu overtuigd was ‘dat zijne eigene stijfzinnige handelswijze de oorzaak was van het gebeurde’ en dat hij geen vervolging verlangde. Daarmee keerde de rust weer terug in Oldebroek.

De veldwachter maakte toch een proces-verbaal op dat bewaard bleef in de archieven van Oldebroek. Het archiefstuk is terug te vinden in toegang 2003 Gemeentebestuur Oldebroek 1814-1919, inventarisnummer 584.

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie