
Rubriek 80 jaar vrijheid: Moed en verzet in Oldebroek tijdens de Tweede Wereldoorlog
12 februari 2025 om 06:00 80jaarvrijheid‘Er is een Prins geboren!’
Het zijn de woorden van Goossen Prins uit Oldebroek, tien dagen voor de Duitsers Nederland binnen vallen. Vanwege de mobilisatie was hij gelegerd onder Rotterdam. In eerste instantie worden zijn woorden niet geloofd: een prins? Onmogelijk. Hij spreekt echter wel de waarheid, want op 30 april 1940 is hij vader geworden van de kleine Jacob.
Hanneke Bloemendaal
Goossen Prins mag voor twee dagen met verlof naar huis om de pasgeborene te bekijken. Naar huis betekent naar de boerderij aan de Bovenstraatweg in Oldebroek. De kleine Jacob heeft al een aantal broers en zusjes en er zullen er nog meer volgen. “Met tien kinders zat ik ergens in het midden”, lacht Jaap Prins, die tegenwoordig in Elburg woont. “Zelf kan ik me niets meer herinneren van de oorlog. Maar na de oorlog werd er wel veel over gesproken. Niet door mijn vader, wel door mijn moeder en broer. Mijn ouders hadden in de oorlog een boerderij met melkvee, maar er was ook landbouw, aardappels en graan. Ook was er een groentetuin. Mijn vader had zich aangesloten bij het verzet, de Rambonnetgroep, die had geregeld een wapendropping. Op een dag was er een dropping in een weiland in ‘t Harde. Met paard en wagen werden de wapens opgehaald en in delen verstopt in zakken aardappels. De wagen kwam thuis, maar mijn vader moest eerst nog de koeien melken. Na het melken, haalde hij de zakken van de wagen en liep er mee naar de kelder, in de veestal. Dat was behoorlijk riskant, want op de deel zaten Duitsers, die bij ons ingekwartierd waren, te kaarten.
Er is ook wel eens een huiszoeking geweest: de mannen waren op het land aan het werk. Mijn moeder was alleen in huis met zes kleine kinderen. De Duitsers gingen grondig te werk, maar zagen de jas van pa die aan de kapstok hing, over het hoofd. In de jas zat een geladen revolver...”
Hij vervolgt: “We hadden ook onderduikers, jongemannen die niet in Duitsland wilden werken, werkten bij ons als boerenknecht. Op een dag kwam de verzetsgroep ter ore dat er een razzia zou plaatsvinden. Mijn kleine zusje was een jaar of 4 en zij werd met een stukje karton onder de tong naar de buurman gestuurd. Dat was bedoeld als waarschuwing. Ondanks dat ze zo jong was, wist ze dat ze het niet mocht inslikken. Onder de hooiberg hadden we een grote kelder, daar verstopten de onderduikers zich. Mijn zus Alie herinnerde zich het volgende verhaal: Sommige onderduikers waren niet snel genoeg om de kelder in te gaan en vluchtten het bos in; achternagezeten door de Duitsers. Eén van hen klom in een boom. Eenmaal in de boom verloor hij een klomp, die pal voor de voeten van een Duitser viel. Die veegde hem vervolgens onder de bladeren. Er waren ook goede Duitsers.
Mijn vader hoefde overigens niet naar Duitsland, omdat hij boer was. Hij moest wel regelmatig van de Duitsers met paard en wagen naar Elspeet om bomen te halen. Op de terugweg reden ze, mijn oudere broer ging mee, door ‘t Harde. Als er niemand keek, gooiden ze stiekem een boom van de wagen. Een aantal vrouwen wist dit. Zij zorgden er voor dat de boom binnen een mum van tijd verdwenen was. De Duitsers telden de bomen nooit en zo hadden ze daar weer wat brandhout.”
Later in de oorlog brak er vooral in het westen van het land honger uit. Dagelijks kwamen er mensen uit de grote steden naar het platteland op zoek naar voedsel. “De trekkers mochten slapen boven het vee, dat was lekker warm. We maakten grote potten eten, soms met een stukje vlees erbij. Van tijd tot tijd werd er clandestien een varken geslacht. Dat werd op de deel gedaan. Op een dag waren ze er mee bezig, toen er plotseling een Duitse inval was. De deur naar de deel had een klink, die heel lastig open ging. Na enige tijd lukte het een Duitser toch om de deur open te maken, maar behalve een berg hooi was er niks te zien op de deel. Hij ontdekte niet dat er onder het hooi een half geslacht varken lag.” Hij besluit: Vlak voor het eind van de oorlog moesten we vluchten met het hele gezin, omdat de Duitsers de boerderij in brand dreigden te steken. Ze wisten dat er dingen gebeurden die in hun ogen niet door de beugel konden. Gelukkig is de boerderij gespaard gebleven.”
Jaren later werd Goossen Prins onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis.














